Niet alle voorwerpen komen in aanmerking voor plaatsing op de Wbc-lijst. Hieronder leest u aan welke criteria voldaan, en welke procedure gevolgd moet worden.
De Wet tot behoud van cultuurbezit (Wbc) is alleen van toepassing op voorwerpen die eigendom zijn van particulieren, verenigingen en stichtingen. In de meeste gevallen geldt bescherming door de Wbc een afzonderlijk voorwerp. Maar op de lijst van beschermde voorwerpen treft men ook hele verzamelingen aan. Het gaat hierbij niet alleen om beeldende kunst en kunstnijverheid. Ook voorwerpen die belangrijk zijn voor de vaderlandse geschiedenis of de wetenschapsgeschiedenis komen voor bescherming in aanmerking, evenals Nederlandse en buitenlandse etnografica. De lijst met wettelijk beschermde voorwerpen is beperkt inzichtelijk uit privacy overwegingen en uit oogpunt van veiligheidszorg. Desgewenst kan de Erfgoedinspectie u de Wbc-lijst toesturen. De Directie Cultureel Erfgoed (DCE) van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en wetenschap (OCW) heeft een voorstel ingediend om te onderzoeken of en hoe de lijst openbaar gemaakt kan worden.
Naar bovenEen voorwerp van bijzondere cultuurhistorische betekenis komt alleen voor bescherming in aanmerking als het als onvervangbaar en onmisbaar wordt geacht voor het Nederlandse cultuurbezit. Onvervangbaarheid is van toepassing als er geen gelijksoortige voorwerpen (of verzamelingen) in goede staat in Nederland aanwezig zijn. Onmisbaarheid is lastiger te definiëren. Dit criterium wordt getoetst aan drie mogelijke functies:
De Wbc-lijst is geen statische lijst. De lijst wordt regelmatig geëvalueerd en voorwerpen kunnen worden voorgedragen om in aanmerking te komen voor plaatsing.
Naar bovenElke burger kan een voorwerp voordragen bij de Minister van OCW waarvan hij of zij meent dat het voor bescherming in aanmerking komt. In de praktijk draagt vooral de Wbc-commissie van de Raad voor Cultuur voorwerpen voor. Deze commissie telt circa 20 leden die elk deskundig zijn op een specifiek terrein van cultuur en wetenschap.
Naar bovenDe Minister van OCW kan op basis van het advies van de Raad voor Cultuur besluiten om een voorwerp of verzameling onder bescherming van de Wbc te plaatsen (Wbc, art. 2-5). De eigenaar van het voorwerp of de verzameling kan tegen het zogenaamde aanwijzingsbesluit bezwaar aantekenen. De Bezwaarschriftencommissie van het Ministerie van OCW eventueel ondersteund door een deskundige van de Raad voor Cultuur, zal dan beoordelen of de bezwaren gegrond zijn. Tegen het bekend gemaakte besluit op zijn bezwaarschrift kan de eigenaar vervolgens in beroep gaan bij de rechter.
Naar boven