De Erfgoedinspectie houdt toezicht op het behoud en beheer van een groot deel van het Nederlandse roerende cultuurbezit. Het gaat daarbij om roerend cultureel erfgoed van bijzondere artistieke, culturele of wetenschappelijke waarde waarvan de Staat eigenaar is of dat aan de zorg van de Staat is toevertrouwd.
De Erfgoedinspectie inspecteert daarnaast voorwerpen van nationaal belang die geen deel uitmaken van de rijkscollectie, maar worden beschermd door de Wet tot behoud van cultuurbezit. Ook houdt de Erfgoedinspectie toezicht op voorwerpen die behoren tot het beschermde erfgoed van andere landen.
De kerntaken van de Erfgoedinspectie zijn vastgelegd in een aantal wetten en regelingen. Deze zijn:
• Wet tot behoud van cultuurbezit (1984)
• Wet verzelfstandiging rijksmuseale diensten (1993) en de daarop gebaseerde Beheersovereenkomsten
• Regeling materieelbeheer museale voorwerpen (2007)
• Richtlijn nr. 93/7/EEG van de Raad van 15 maart 1993, PbEG 1993, L74, betreffende de teruggave van cultuurgoederen die op onrechtmatige wijze buiten het grondgebied van de lidstaat zijn gebracht
• Verordening (EG) nr. 116/2009 van de Raad van 18 december 2008 Publicatieblad Nr. L 039 van 10/02/2009, betreffende de uitvoer van cultuurgoederen
• Verordening (EG) nr. 1210/2003 van 7 juli 2003 betreffende bepaalde specifieke restricties op economische en financiële relaties met Irak; Sanctieregeling Irak 2004 II
• Wet tot teruggave cultuurgoederen afkomstig uit bezet gebied (2007)
• Uitvoeringswet UNESCO-verdrag 1970 inzake onrechtmatige invoer, uitvoer of eigendomsoverdracht van cultuurgoederen.
De Erfgoedinspectie ontleent zijn bevoegdheden voor een groot deel aan de Algemene wet bestuursrecht en de Wet economische delicten. De inspecteurs hebben de volgende bevoegdheden: