Vervreemding is een archiefwettelijk begrip. Wij besteden hier aandacht aan de volgende zaken:
Onder vervreemding verstaan we het in
eigendom overdragen van archiefbescheiden. Dat kan plaatsvinden tussen
zorgdragers van de overheid. Ook komt het voor dat archiefbescheiden
door de overheid aan derden worden vervreemd. Voor vervreemding bestaat
een procedure.
Vervreemding
komt voor als verplichting en als bevoegdheid. Vervreemding is
verplicht wanneer een zorgdrager daartoe bij wet wordt verplicht. Dat
kan bijvoorbeeld het geval zijn wanneer bij wet een zelfstandig
bestuursorgaan in het leven wordt geroepen. Dan kan die wet de bepaling
bevatten dat delen van het archief in eigendom overgaan van het
betreffende ministerie naar het nieuwe zelfstandige bestuursorgaan.
Vervreemding komt ook als bevoegdheid van de zorgdrager voor. In dat
geval gaat het initiatief van de zorgdrager uit om archiefbescheiden in
eigendom over te dragen, zonder dat hiertoe verplicht is. Met dit
initiatief wijkt de zorgdrager af van hetgeen in de Archiefwet is
bepaald: archiefbescheiden worden hetzij na termijn vernietigd, hetzij
overgebracht naar een openbare archiefbewaarplaats. De Archiefwet stelt
daarom als voorwaarde dat een dergelijk voornemen tot vervreemding
wordt getoetst. Voor archiefbescheiden van de Hoge Colleges van Staat
en het Kabinet der Koningin is een machtiging bij Koninklijjk besluit
vereist. In alle andere gevallen moet machtiging bij de minister van
OCW worden gevraagd. Van elke vervreemding stelt de zorgdrager een
verklaring op. Dat eist artikel 8 van het Archiefbesluit. Deze
verklaring bevat:
De zorgdrager bewaart deze verklaring zorgvuldig.
De Archiefwet 1995 en het Archiefbesluit 1995 stellen de volgende eisen aan vervreemding:
(Artikelen 8 en 9, eerste lid Archiefwet 1995 en artikelen 2, 7 en 8 Archiefbesluit 1995.)