Als archiefbeheerder heeft u de bevoegdheid om archiefbescheiden te vervangen. In één geval bent u daartoe zelfs verplicht. Blijvend te bewaren bescheiden moeten na honderd jaar nog geraadpleegd kunnen worden. Als dat niet mogelijk is (door de aard van het gebruikte materiaal of de gebruikte programmatuur), bent u verplicht de archiefbescheiden door reproducties te vervangen.
Bij vervanging nemen de reproducties volledig de plaats in van de oorspronkelijke archiefbescheiden. De reproducties zijn archiefbescheiden in de zin van de Archiefwet 1995 en moeten voldoen aan alle eisen die deze wet stelt:
De Archiefwet 1995 en het Archiefbesluit 1995 stellen de volgende eisen aan vervanging:
Van elke vervanging stelt u een verklaring op. Dat eist artikel 8 van het Archiefbesluit. Deze verklaring bevat:
U bewaart deze verklaring zorgvuldig in het archief van uw organisatie.
Er
is alleen sprake van vervanging wanneer de vervangen bescheiden zelf
zijn vernietigd. Van deze vernietiging maakt u eveneens een verklaring
op, die u ook in uw archief bewaart. Ook dat vindt u terug in artikel 8
van het Archiefbesluit.
Veel overheidsorganisaties digitaliseren hun informatieprocessen of willen dit gaan doen. Een belangrijk onderdeel van het 'digitaal gaan' is het vervangen van de papieren archiefbescheiden door een digitale 'reproductie', waarna het papieren exemplaar vernietigd kan worden. Digitalisering van documenten betekent ook digitalisering van het beheer. De organisatie moet goed nadenken over de eisen die ze stelt aan de vorming en het duurzame beheer van een digitaal archief. Daarnaast stelt de archiefwetgeving specifieke eisen. Zo moet bij een vervanging van blijvend te bewaren archiefbescheiden een machtiging van de minister van OCW verkregen worden. Deze kan worden aangevraagd bij het Nationaal Archief.
De eisen die het Nationaal Archief de 'Beleidsregel digitale vervanging archiefbescheiden' stelt betreffen in hoofdzaak:
Als een overheidsorganisatie aan de eisen voldoet, krijgt deze een machtiging. Deze geldt voor een beperkte termijn. De termijn is beperkt doordat de beginsituatie waarin de machtiging werd gevraagd, steeds zal veranderen, al was het maar door wijziging van programmatuur en apparatuur. In art. 4 van de Beleidsregel zijn de gronden aangegeven waarop een machtiging niet wordt verleend. Meer informatie over de Beleidsregel kunt u vinden op de website Rijksarchiefdienst/Nationaal Archief. Daar geeft het Nationaal Archief ook antwoord op een aantal vaak gestelde vragen.
De machtiging tot vervanging heeft betrekking op het toekomstgericht, structureel digitaliseren. De machtiging voor substitutie wordt binnen 13 weken verleend. De Erfgoedinspectie houdt toezicht op de uitvoering van de machtiging.