Elk jaar voert de Erfgoedinspectie inspecties uit bij een aantal organisaties of onderdelen daarvan. Bij een inspectie toetsen wij of het archiefbeheer van de organisatie voldoet aan de eisen van de archiefwetgeving.
De archieven onderscheiden vier soorten inspecties: de incidentinspectie, de aspectinspectie, de doorlichting en de vervolginspectie.
Wanneer een incident bij het archiefbeheer door een overheidsorganisatie daar aanleiding toe geeft, stelt de Erfgoedinspectie een inspectie in.
Naar bovenJaarlijks voert de Erfgoedinspectie gerichte inspecties uit naar bepaalde aspecten van het archiefbeheer bij een aantal overheidsorganisaties.
Naar bovenHierbij worden alle aspecten van het archiefbeheer van een zorgdrager doorgelicht.
Naar bovenElke inspectie wordt in principe na zes of twaalf maanden gevolgd door een vervolgactie. Daarin wordt getoetst in hoeverre de aanbevelingen uit de eerste inspectie zijn uitgevoerd.
Bij een incidentinspectie hanteren wij in principe dezelfde werkwijze als bij een aspectinspectie. Afhankelijk van de aard en ernst van een incident kunnen wij in een bepaald geval ook voor een andere aanpak kiezen. Daarvoor informeren wij de organisatie vooraf.
Bij het uitvoeren van een aspectinspectie en doorlichting hanteren wij een vaste werkwijze. Zie voor een beschrijving:
Informatieblad doorlichting
Informatieblad aspectinspectie
Een vervolginspectie hoeft niet altijd de vorm van een inspectie te hebben. Ook op andere manieren (per brief of telefonisch) kunnen wij de stand van zaken sinds de laatst uitgevoerde inspectie in kaart brengen en beoordelen.
Ook kunnen wij een organisatie uitnodigen ons over de voortgang te rapporteren.
Naar boven