Per 1 september 2007 zijn de wijzigingen in de Monumentenwet 1988 van kracht gegaan. Dit betekent dat het Europees Verdrag inzake de Bescherming van het archeologisch erfgoed (Verdrag van Malta) in de Nederlandse wetgeving is geïmplementeerd.
De kwaliteitszorg is in de gewijzigde Monumentenwet verankerd middels de voorschriften die aan een opgravingsvergunning gekoppeld zijn (artikel-46.5 en artikel-48.1). Deze voorschriften worden in het Besluit archeologische monumentenzorg nader gespecificeerd tot het zich houden aan de normen zoals die in de archeologische beroepsgroep gelden (artikel-24.1). Daarbij geldt dat indien men aan de door de bewindspersoon van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) bepaalde versie van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie voldoet men aan bovenstaande eis voldoet (artikel-24.2). In de Regeling archeologische monumentenzorg is de huidige door de bewindspersoon bepaalde versie vastgesteld als versie 3.2 (artikel-4.1). Deze versie geldt sinds 1 november 2010.
In de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA) staan de minimale vereisten waaraan een organisatie moet voldoen bij het uitvoeren van werkzaamheden in het kader van de archeologische monumentenzorg. Het gaat daarbij onder meer om de volgende werkzaamheden: bureauonderzoek, inventariserend veldonderzoek, opgraven, beschermen van vindplaatsen, archeologische begeleiding van bouwwerkzaamheden en het registreren, deponeren en beheren van vondsten.
Het beheer van de KNA is sinds 2005 in handen van het Centraal College van Deskundigen Archeologie, de opvolger van het College voor de Archeologische Kwaliteit. Het Centraal College van Deskundigen is onderdeel van de Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer (SIKB). De KNA kunt u downloaden op de website van de SIKB.
Een Engelstalige versie van de KNA vindt u op deze website.