Nieuwsbericht | 05-10-2007
In 2006 heeft de Erfgoedinspectie in samenwerking met de Rijksdienst voor Archeologie, Cultuurlandschap en Monumenten (RACM) een onderzoek uitgevoerd naar de kwaliteit van archeologisch werk dat wordt uitgevoerd in het kader van de archeologische monumentenzorg.
De aanleiding voor dit onderzoek was de toezegging van de Staatssecretaris van Cultuur aan de Tweede Kamer - na het door de RACM in 2005 uitgebrachte onderzoeksrapport 'Mag het ietsje meer zijn?' (RAM-rapport 120) - dat in 2006 opnieuw onderzoek zou worden verricht naar de kwaliteitvan PvE's voor archeologisch veldwerk. Dit onderzoek zou zich richten op alle uitvoerders van archeologisch onderzoek: commerciële bedrijven, gemeentelijke archeologische diensten, universitaire instellingen en de rijksdienst zelf. Tevens zou het onderzoek worden verbreed naar de vervolgfasen uit de onderzoeksketen, te weten de graafwerkzaamheden in het veld en de verslaglegging ervan in een standaardrapport.
De bevindingen van het eerste deel van het onderzoek, naar de programma's van eisen en archeologisch veldwerk in de vorm van proefsleuven en opgravingen, wordt weergegeven in het onderzoeksrapport 'Werk in uitvoering (1)'. De onderzoekers constateren hierin dat er ten opzichte van eerdere onderzoeken van zowel de Erfgoedinspectie als de RACM verbeteringen zijn opgetreden in de kwaliteit van PvE's. Niettemin wordt nog bijna een derde van de PvE's als slecht bestempeld. De uitvoering van het veldwerk leverde, over het geheel genomen, geen zorgwekkend beeld op. Wel is opgemerkt dat routinematig handelen de boventoon voert en dat daardoor de handelwijze te weinig gericht is op het beantwoorden van de archeologische vraagstelling. Bovendien is er sprake van een gebrek aan zorgvuldigheid ten aanzien van het documenteren van het veldwerk.
Het tweede deel van 'Werk in uitvoering', dat de resultaten van het onderzoek naar de kwaliteit van standaardrapporten bevat, wordt naar verwachting eind van dit jaar gepresenteerd.