Gegevens van archeologische onderzoeken moeilijk te vinden

Nieuwsbericht | 15-06-2010

De rapporten van archeologisch onderzoeken, die volgens de wet binnen twee jaar afgerond moeten zijn, zijn lang niet altijd op tijd beschikbaar. Vooral gemeentelijke archeologische diensten lopen achter in vergelijking tot commerciële partijen. Ook blijkt het vaak lastig om de rapporten die wel gereed zijn, terug te vinden, of is het onmogelijk om een onderzoeksrapport te raadplegen.

Dat blijkt uit een inspectieonderzoek dat door de Erfgoedinspectie gedurende de jaren 2007 tot en met 2009 is gedaan naar de aanwezigheid en de toegankelijkheid van archeologische rapporten. De resultaten van dit onderzoek zijn vastgelegd in het rapport Zoek! Een speurtocht naar de rapporten van opgravingen 2003-2006.

Gegevens van archeologisch onderzoek moeten algemeen toegankelijk zijn, voor wetenschappers en voor een breed publiek. De onderzoeksresultaten spelen ook een steeds belangrijkere rol in de ruimtelijke ordening, bij de besluitvorming rond archeologische monumentenzorg. Daarom moet de uitvoerder van een opgraving binnen twee jaar na een opgraving een rapport overleggen waarin de onderzoeksresultaten zijn vastgelegd. De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) moet dit rapport vervolgens centraal registreren en openbaar toegankelijk maken.

Samenvatting van het rapport
De Erfgoedinspectie constateert in het rapport dat de uitvoerders van archeologische opgravingen niet altijd de verplichting naleven om een onderzoek binnen 2 jaar met een rapport af te ronden. In 2009 lag de naleving gemiddeld op 86%. De situatie is in de loop der jaren verbeterd: in 2007 lag de gemiddelde naleving nog op 76%. Het onderzoek dat de inspectie een aantal jaren achter elkaar heeft uitgevoerd lijkt aan deze verbetering te hebben bijgedragen.

Er zijn echter grote verschillen tussen de verschillende categorieën vergunninghouders. De naleving van gemeentelijke archeologische diensten blijft met 78% ver achter bij die van bedrijven, universiteiten en het Rijk, waar de naleving boven de 90% ligt. En dit percentage van 78% bij gemeenten wordt alleen gehaald omdat de RCE voor een aanzienlijk deel van de onderzoeken uitstel heeft verleend op basis van art. 46.6 van de Monumentenwet. Zo werd slechts 1 op de 2 gemeentelijke projecten uit 2006 daadwerkelijk binnen de daarvoor gestelde 2 jaar afgerond.

Voor wat betreft de toegankelijkheid van de archeologische onderzoeksgegevens heeft de Erfgoedinspectie geconstateerd dat de RCE tot nu toe slechts een deel van de door de vergunninghouders opgestuurde rapporten centraal heeft geregistreerd. Van deze rapporten bleek vervolgens ook maar weer een beperkt deel openbaar toegankelijk. Oorzaak hiervan is het werken volgens onvoldoende vaste procedures, waardoor de rapporten binnen de organisatie niet op de juiste plek terecht komen.

Volgens de Erfgoedinspectie zou de naleving gestimuleerd kunnen worden door vergunninghouders die de termijn overschrijden systematisch te rappelleren, met gebruikmaking van het centrale archeologische informatiesysteem Archis. Om alle onderzoeksgegevens openbaar en gemakkelijk toegankelijk te maken adviseert de Erfgoedinspectie om de door de uitvoerders ingediende rapporten volgens gestandaardiseerde procedures te verwerken en alle rapporten op te nemen in de Livelink module van Archis.

Het inspectierapport is begin juni 2010 aangeboden aan de Tweede Kamer. In de begeleidende brief heeft de staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap aangegeven dat zij de aanbevelingen van de Erfgoedinspectie onderschrijft. Het inspectierapport Zoek! is te downloaden via de website van de Erfgoedinspectie


Zoeken

Erfgoedinspectie