De Erfgoedinspectie houdt toezicht op de omgang met het archeologisch erfgoed in Nederland. Zij doet dit vooral door middel van inspecties en thematische onderzoeken.
Bij de inspecties kijken we naar de kwaliteit van de uitvoering van archeologisch onderzoek. We bezoeken daarvoor inventariserende veldonderzoeken (door middel van boringen en/of proefsleuven), opgravingen en archeologische begeleidingen. Hierbij richt onze aandacht zich zowel op de veldwerkfase als op de daaropvolgende uitwerkingsfase die tot de verslaglegging moet leiden.
Thematische onderzoeken van de Erfgoedinspectie zijn vaak gericht op de kwaliteit van producten, zoals Programma's van Eisen en standaardrapporten. Ze kunnen zich ook richten op de werking van processen, zoals de deponering van vondsten en documenten. De resultaten van thematische onderzoeken presenteren we aan de bewindspersoon van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. Vervolgens worden deze gepubliceerd in de vorm van een rapport dat openbaar toegankelijk is (zie onderzoeksrapporten).
De resultaten van de individuele inspecties worden doorgaans alleen voorgelegd aan de betreffende uitvoerder. Met deze resultaten kan de uitvoerder de eventueel geconstateerde tekortkomingen herstellen of voor de toekomst voorkomen. Wanneer de tekortkomingen zeer ernstig zijn, of bij herhaling worden geconstateerd, dan informeren we de vergunningverlener hierover. Deze kan dan eventueel sancties opleggen.
De bevindingen van de inspecties worden bovendien jaarlijks aan de bewindspersoon gerapporteerd door middel van het Erfgoedinspectieverslag. Dit verslag biedt de bewindspersoon vervolgens aan de Tweede Kamer aan. Het verslag is te raadplegen via deze website (zie jaarverslagen).