De Rijksinspectie voor de Archeologie is op 1 november 2001 opgericht. De aanleiding was het van kracht worden van de Beleidsregels opgravingsbevoegheid. Deze zijn inmiddels vervallen door de inwerkingtreding van de Wet op de archeologische monumenten zorg (WAMZ) per 1 september 2007. Deze wetswijziging maakt het bedrijven mogelijk zelfstandig een vergunning aan te vragen voor het uitvoeren van opgravingen. Met opgraven wordt in de Monumentenwet 1988 bedoeld: het verrichten van werkzaamheden met als doel het opsporen of onderzoeken van monumenten, waardoor verstoring van de bodem optreedt.
Het toezicht beperkt zich niet alleen tot deze bedrijven. Alle al bestaande houders van een opgravingsvergunning vallen eveneens onder dit toezicht, voor hun uitvoering van het archeologisch veldwerk. Dit zijn gemeentelijke archeologische diensten, universiteiten en de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. De Erfgoedinspectie houdt geen toezicht op de andere werkzaamheden van de vergunninghouders. Bijvoorbeeld de uitvoering van het archeologisch inhoudelijk beleid door de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed en de gemeenten, en het onderwijs en wetenschappelijk onderzoek door de universiteiten.
De Rijksinspectie voor de Archeologie en is op 1 november 2005 samengevoegd met de Rijksarchiefinspectie, de Inspectie Cultuurbezit en de Rijksinspectie Monumentenzorg. Deze nieuwe inspectie is nu bekend als de Erfgoedinspectie. Op deze website vindt u nog wel een aantal publicaties in de vormgeving van de voormalige Rijksinspectie voor de Archeologie.
Wilt u op de hoogte blijven van onze werkzaamheden, abonneer u dan op onze nieuwsberichten.