Nieuwsbrief, januari 2011

Monumenten en Archeologie, januari 2011

Inhoudsopgave

Algemeen

Nieuws

Algemeen

  • Voorwoord

    Eerste editie Monitorboek Erfgoedinspectie

    In deze nieuwsbrief volop aandacht voor de eerste editie van het Monitorboek Erfgoedinspectie 2009-2010. In dit boek staan de belangrijkste uitkomsten ten aanzien van behoud en beheer van monumenten en archeologie door gemeenten in Nederland. Ook biedt het Monitorboek zicht op het behoud en beheer van archieven en museale collecties.

    In het Monitorboek wordt op een inzichtelijke wijze weergegeven op welke onderdelen gemeenten de zaken goed op orde hebben en waar mogelijke aandachtspunten liggen. Op het gebied van de monumentenzorg wordt onder andere gevraagd naar het doen van bouwhistorisch vooronderzoek bij rijksmonumenten en de deskundigheid van toezichthouders. Belangrijke onderwerpen voor archeologie zijn bijvoorbeeld de wijze van verankering van archeologie in bestemmingsplannen en de gemeentelijke betrokkenheid bij de programma’s van eisen (PVE’s).

    Voor deze monitor zijn alle gemeenten in Nederland benaderd. De respons was 79%, de uitkomsten kunnen hiermee representatief genoemd worden. De gemeentebesturen hebben al in een eerder stadium een individuele rapportage teruggekregen. Het landelijke totaalbeeld is weergegeven in het nu gepubliceerde Monitorboek. Er is veel belangstelling voor deze gegevens. Het bezoek aan de website van de Erfgoedinspectie verdubbelde na publicering.

    De monitor wordt tweejaarlijks herhaald zodat deze op termijn ook trends kan laten zien. Op deze wijze hebben we allen meer zicht op de gemeentelijke zorg voor monumenten en archeologie in de dagelijkse praktijk.


    Hans Magdelijns
    Hoofdinspecteur monumenten en archeologie

    Naar boven

Nieuws

  • Bouwhistorisch vooronderzoek bij rijksmonumenten en beschermd gezicht

    Bouwhistorisch vooronderzoek bij rijksmonumenten en beschermd gezicht

    Uit de monitor is gebleken dat bij 10% van de gemeenten altijd bouwhistorisch vooronderzoek plaatsvindt, en bij 66% van de gemeenten gebeurt dit soms. Tegenover deze redelijk rooskleurige cijfers staat dat 10% van de gemeenten nooit dit onderzoek uitvoert, terwijl 12% van de invullers niet eens weet of het gebeurt.

    Bouwhistorisch onderzoek voorafgaand aan een restauratie of verbouwing is van belang om inzicht te verkrijgen in de bouwgeschiedenis en in de historische waarden van het object. Bij het ontwerp van de restauratie of verbouwing kan vervolgens rekening worden gehouden met deze waarden. Hierbij kan worden bepaald welke onderdelen van het pand zeker behouden moeten blijven, en welke minder van belang zijn. Veel ontwerpvragen kunnen hiermee worden beantwoord, bijvoorbeeld: Waar plaatsen we een eventuele nieuwe trap? Kan deze aftimmering weg? Kan hier een doorbraak komen? Moet deze aanbouw worden behouden? Bouwhistorisch onderzoek leidt tot behoud van historische waarden en tot een inhoudelijke verantwoording van gemaakte ontwerpkeuzen. Voor meer informatie over dit onderwerp kunt u de Brochure bouwhistorisch onderzoek of de Richtlijnen bouwhistorisch onderzoek downloaden op de website van de Rijksgebouwendienst.

    De Erfgoedinspectie voert op dit moment een themaonderzoek uit naar de mate waarin gemeenten bouw- en cultuurhistorisch onderzoek uitvoeren. Gevraagd wordt naar de mogelijke belemmeringen die door de gemeenten worden ervaren bij de keuze om tot uitvoering van dit onderzoek over te gaan, en welke kansen hier wellicht liggen om dit te verbeteren. Ook wordt gevraagd naar de bekendheid van bouw- en cultuurhistorisch onderzoek. De resultaten van het onderzoek van de Erfgoedinspectie zullen dit voorjaar bekend worden gemaakt.

    Op 16 februari zal door de Erfgoedinspectie een presentatie over het onderzoek worden gehouden op het symposium Bouwhistorisch onderzoek werkt! dat wordt georganiseerd door de RCE.

    Lees meer over deze en andere monitorgegevens in het Monitorboek 2009-2010.

    Lees verder

    Naar boven
  • Archeologie in bestemmingsplannen

    Archeologie in bestemmingsplannen

    Archeologie heeft in het merendeel van de gemeenten een plaats gekregen. Het overgrote deel van de respondenten van de Monitor 2009-2010 geeft aan archeologische bepalingen te hebben uitgewerkt in een of meer bestemmingsplannen.

    De bepaling dat de gemeenteraad bij de vaststelling van bestemmingsplannen rekening moet houden met de in de bodem aanwezige archeologische waarden dateert uit 2007.

    Anno 2010 kan geconcludeerd worden dat de meeste gemeenten archeologie geheel of gedeeltelijk meegenomen hebben in de ruimtelijke planvorming. 89% van de gemeenten geven aan archeologie te hebben uitgewerkt in een of meer bestemmingsplannen. Bijna een derde van de gemeenten (32%), geeft aan dat alle bestemmingsplannen zijn uitgewerkt voor archeologie. Slechts 10% zegt nog geen archeologie in bestemmingsplannen te hebben opgenomen. Daarbij moet bovendien de kanttekening gemaakt worden dat voor bestaande bestemmingsplannen de verplichting om rekening te houden met archeologie pas bij vernieuwing of herziening gaat spelen.

    Lees meer over deze en andere monitorgegevens in het Monitorboek 2009-2010.

    Lees verder

    Naar boven
  • Archeologie in regelgeving

    Archeologie in regelgeving

    De archeologische bepalingen in bestemmingsplannen zijn bijna altijd uitgewerkt in gemeentelijke regelgeving. Vooral de aanlegvergunning wordt hiervoor gebruikt blijkt uit de Monitor 2009-2010.

    Een gemeente die grip wil houden op de omgang met archeologische waarden zal de bepalingen in het bestemmingsplan ook moeten verankeren in gemeentelijke regelgeving. Dat kan bijvoorbeeld via voorschriften bij bouw-, sloop- en/of aanlegvergunningen.

    Van de 302 gemeenten met archeologie in - alle of sommige - bestemmingsplannen, heeft 94% archeologische bepalingen uitgewerkt in gemeentelijke regelgeving. Hiervoor wordt vooral de aanlegvergunning gebruikt (86%) en in mindere mate de bouwvergunning (73%) en de sloopvergunning (54%).

    52% van de gemeenten heeft de bepalingen in zowel aanleg-, bouw- als sloopvergunningen verwerkt.

    Geconcludeerd kan worden dat wanneer gemeenten archeologie opnemen in bestemmingsplannen, dit praktisch altijd verankerd wordt in het vergunningenstelsel.

    Lees meer over deze en andere monitorgegevens in het Monitorboek 2009-2010.

    Lees verder

    Naar boven
  • Programma's van eisen archeologisch onderzoek

    Programma's van eisen archeologisch onderzoek

    Uit de Monitor 2009-2010 blijkt dat de meeste gemeenten betrokken zijn bij het goedkeuren en/of opstellen van programma’s van eisen (PvE’s) voor archeologisch onderzoek. Bijna driekwart (74%) van de gemeenten geeft aan PvE’s goed te keuren. Ook ruim 70% van de gemeenten stelt zelf de PvE’s op. In verreweg de meeste gemeenten is er, bij zowel het goedkeuren als het opstellen van PvE’s, een senior KNA archeoloog betrokken.

    Het programma van eisen (PvE) is een document waarin is vastgelegd wat het doel van het archeologisch veldonderzoek is en aan welke (kwaliteits)eisen het onderzoek moet voldoen. De KNA (Kwaliteitsnorm Archeologie) bepaalt dat er bij het graven van proefsleuven en het doen van opgravingen een PvE opgesteld moet worden, dat ter beoordeling, dan wel ter kennisgeving, aan de betreffende overheid moet worden voorgelegd. Het goedkeuren van een PvE kan voor een gemeente een belangrijk instrument zijn om invloed uit te oefenen op de kwaliteit van het archeologisch onderzoek. De gemeente kan ook voor een meer actieve rol kiezen door zelf PvE’s op te (laten) stellen, die aansluiten bij haar archeologisch beleid.

    Op de vraag of de gemeente PvE’s voor archeologisch onderzoek goedkeurt, antwoordt 74% bevestigend. 15% van de respondenten weet niet of de gemeente PvE’s goedkeurt.
    Op de vraag of de gemeente zelf PvE’s opstelt, antwoordt 70% bevestigend en 13% van de respondenten weet dit niet.

    Het is van belang dat degene die namens de gemeente PvE’s goedkeurt en/of opstelt over voldoende archeologische kennis beschikt. De KNA bepaalt dat voor het opstellen van een PvE een senior KNA archeoloog ingezet wordt. In lijn met dit voorschrift verdient het de voorkeur ook bij het goedkeuren van PvE’s een senior KNA archeoloog in te schakelen.

    Op de vraag wie namens de gemeente PvE’s goedkeurt, waren meerdere antwoorden mogelijk.

    • 21% van de gemeenten heeft geantwoord dat zij hiervoor een senior KNA archeoloog inzetten, die werkzaam is in een gemeentelijk samenwerkingsverband.
    • 20% zet een senior KNA archeoloog in van een adviesbureau. 
    • Bij de antwoordcategorie ‘anders’ (17%) is vooral regioarcheoloog of provinciaal archeoloog ingevuld.
    • Slechts bij 8% van de gemeenten wordt geen archeoloog betrokken bij het goedkeuren van PvE’s.

    Tenslotte is gevraagd wie namens de gemeente PvE’s opstelt; hier waren meerdere antwoorden mogelijk.

    • 41% van de gemeenten heeft geantwoord dat zij hiervoor een senior KNA archeoloog van een adviesbureau inschakelen.
    • 21% zet een senior KNA archeoloog in, die werkzaam is in een gemeentelijk samenwerkingsverband.
    • Bij de antwoordcategorie ‘anders’ (9%) wordt ook hier vooral regioarcheoloog of provinciaal archeoloog ingevuld.
    • Slechts 2% van de respondenten geeft aan dat de gemeente PvE’s opstelt zonder de inzet van een archeoloog.

    Lees meer over deze andere monitorgegevens in het Monitorboek 2009-2010.

    Lees verder

    Naar boven
  • Deskundigheid toezichthouders monumenten

    Deskundigheid toezichthouders monumenten

    Meer dan de helft van de gemeenten (58%) geeft aan dat hun toezichthouders deskundig zijn op het gebied van restauratietechnieken. Bijna een kwart van de gemeenten (23%) zegt niet over deze kennis te beschikken. Zorgelijk is dat kennis op het gebied van ruimtelijke ordening, nodig om wijzigingen in een beschermd gezicht te beoordelen, lang niet volop aanwezig is.

    De gemeenten hebben aangegeven wat de aanwezige deskundigheid op is op de volgende gebieden: architectuurhistorie (bij 41% van de gemeenten), bouwhistorie (53%), cultuurhistorie (34%), restauratietechniek (58%) en ruimtelijke ontwikkelingen(49%)

    Wanneer een monumenten- of omgevingsvergunning is verstrekt, dan moet de vergunninghouder zich aan de uitvoeringsvoorschriften houden. Dit gebeurt niet altijd en daarom is het noodzakelijk dat de gemeente als vergunnigverlener let op de naleving. Dat geldt ook voor werkzaamheden die worden uitgevoerd zonder een vergunning terwijl dit wel vereist is. Inhoudelijke deskundigheid van de toezichthouder is hiervoor een vereiste. Als toezichthouders niet deskundig genoeg zijn om te beoordelen of de werkzaamheden aan een monument of wijzigingen in een beschermd gezicht op de juiste manier zijn verricht, geeft dit een risico van ongewenst verlies van cultuurhistorische waarden.

    Bovenstaande cijfers, gecombineerd met het beeld dat de Erfgoedinspectie heeft uit de inspecties bij individuele gemeenten, geven aanleiding om het risico van ondeskundig toezicht dit jaar verder te onderzoeken.

    Lees meer over deze en andere monitorgegevens in het Monitorboek 2009-2010.

    Lees verder

    Naar boven
  • Publicaties - Een overzicht van de publicaties van het afgelopen half jaar.

    Een overzicht van de publicaties die de Erfgoedinspectie het afgelopen half jaar heeft uitgebracht.

    Algemeen

    Monumenten

    Gemeenterapporten

    Briefverslagen

    • Doesburg - Verslag 2e nagesprek inspectie instandhouding rijksmonumenten
    • Edam-Volendam - Verslag nagesprek inspectie instandhouding rijksmonumenten
    • Kampen - Verslag nagesprek inspectie instandhouding beschermde stads- en dorpsgezichten

    Lees verder

    Naar boven
  • Erfgoedinspectie in het nieuws

    Naar aanleiding van inspectierapporten verscheen de afgelopen maanden een aantal artikelen in diverse kranten en op internetsites. Hierbij een selectie van een aantal van die publicaties.

    Het inspectierapport over de instandhouding van de rijksmonumenten en het beschermde dorpsgezicht in de gemeente Geertruidenberg was aanleiding voor drie artikelen in dagblad BN De Stem op respectievelijk 15 juli 2010, 28 juli 2010 en 7 januari 2011

    Op de website Gemeente.nu wordt onder de kop “Ambtenaar, red ons historisch erfgoed” in een betoog door Frank Vehof van het Nationaal Restauratie Fonds het door de Erfgoedinspectie geconstateerde tekort aan deskundigheid bij gemeenten aangehaald.

    Eind juni besteedde Monumenten.nl aandacht aan het bericht van de Erfgoedinspectie dat monumentencommissies professioneler zijn geworden Ook Erfgoedstem.nl citeert het persbericht dat de deskundigheid van monumentencommissies de laatste tijd behoorlijk is verbeterd.

    Het verschijnen van het rapport 'Zoek! Een speurtocht naar de rapporten van opgravingen 2003-2006' werd overgenomen door Erfgoedstem.nl.

    Recent nog aandacht in een andere editie van deze digitale knipselkrant en op twitter van Erfgoedstem.nl voor het verschijnen van het Monitorboek 2010-2011.

    Lees verder

    Naar boven

Colofon

  • Nieuwsbrieven

    U ontvangt deze nieuwsbrief omdat u betrokken bent bij de monumentenzorg, archeologie en/of toezicht. Klik dan op aanmelden.

    Adresgegevens

    Erfgoedinspectie (IPC 3500)
    Postbus 16478 2500 BL Den Haag

    T 070-4124012 F 070-4124014

    E-mail info@erfgoedinspectie.nl
    Website www.erfgoedinspectie.nl

Abonneren?

Wilt u onze nieuwsbrief vaker ontvangen? Klik dan op abonneren.


Zoeken
Erfgoedinspectie