Nieuwsbericht | 25-06-2010
De Erfgoedinspectie wijst in haar Verslag van het toezicht in 2009 op het spanningsveld tussen de ruime aandacht voor cultureel erfgoed in de samenleving en de problematiek rond behoud en beheer van dat erfgoed.
Gelukkig gaat er veel goed in 'erfgoedland' en is er een breed draagvlak voor ons nationaal verleden; daarnaast blijven er aandachtspunten bestaan om met de beschikbare middelen zorgvuldig behoud en beheer mogelijk te maken.
De door alle partijen voorgestane zelfregulering kan slechts volledig plaatsvinden als aan alle voorwaarden wordt voldaan om de wettelijke taken deskundig en zorgvuldig uit te kunnen voeren.
De Erfgoedinspectie gaat in op vier gebieden die onder haar toezicht staan: archeologie, monumentenzorg, archivering bij de rijksoverheid en de Rijkscollectie. Daarnaast heeft de inspectie tot taak om in- en uitvoer van cultuurgoederen te inspecteren, waarbij het vorig jaar vastgestelde United Nations Educational, Scientific and Cultural Organization (UNESCO) 1970–verdrag uitgangspunt is.
Wat de gebouwde monumentenzorg betreft verwacht de Erfgoedinspectie veel van het recent in gang gezette rijksbeleid inzake de modernisering van de monumentenzorg. Wil dit beleid slagen, dan is voldoende professionaliteit op het gebied van gemeentelijke monumentenzorg noodzakelijk. Daar ligt immers de verantwoordelijkheid voor een deskundige begeleiding en uitvoering van alle plannen voor monumenten en beschermde stads- en dorpsgezichten.
Bij de archeologische monumentenzorg wordt in het veld de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie redelijk goed nageleefd, maar tegelijkertijd constateert de inspectie nog situaties bij opgravingen die een risico vormen voor zorgvuldig behoud van vondsten en andere onderzoeksgegevens.
Binnenkort verschijnt het Jaarverslag 2009 en de reactie van de ministers van OCW (Onderwijs, Cultuur en Wetenschap) en BZK (Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties) op de website.