Nieuwsbericht | 14-01-2010
Met de inwerkingtreding van de Wet op de Archeologische Monumentenzorg (Wamz) is in september 2007 de bevoegdheid tot het aanwijzen van gemeentelijke archeologische depots bij de provincies belegd. Het toezicht op de gemeentelijke depots zal daarom in veel gevallen ook een provinciale taak zijn. Het toezicht op provinciale depots en op transito-depots van vergunninghouders blijft daarentegen wel tot het takenpakket van de Erfgoedinspectie behoren.
Onder het oude regime was de Minister van Cultuur verantwoordelijk voor de aanwijzing van alle archeologische depots. Wat betreft de gemeentelijke depots kreeg deze aanwijzing vorm via de verlening van de opgravingsvergunning. Zover daar door de minister voorwaarden aan waren verbonden kon de Erfgoedinspectie er toezicht op houden. In de praktijk had het toezicht op de archeologische depots een lage prioriteit in de jaarwerkplannen van de Erfgoedinspectie. Wel is er in 2006 een rapport gepubliceerd met betrekking tot het verloop van het KNA-proces "deponeren".
De situatie is nu deels veranderd. In de woorden van de memorie van toelichting van de Wamz zijn "primair de provincies verantwoordelijk [...] voor de instandhouding van depots". Gedeputeerde Staten moeten een depot in stand houden op een wijze die uit een oogpunt van behoud en toegankelijkheid verantwoord is. Op deze basis heeft de Erfgoedinspectie nog steeds een toezichtstaak ten aanzien van de provinciale depots.
De Monumentenwet (het nieuwe artikel 51:2) stelt dat niet langer de minister, maar de provincie - op verzoek van burgemeester en wethouders - gemeentelijke depots aanwijst. De wet laat de provincie daarbij vrij om eventueel voorwaarden te stellen aan die aanwijzing. Daarmee is de provincie de enige instantie die handhavend zou kunnen optreden, namelijk door middel van het intrekken van de aanwijzing. Dat is op zich ook logisch omdat bodemvondsten in eerste instantie eigendom zijn van de provincie tenzij de provincie een gemeente toestaat een eigen depot te houden.
Gezien het rijksbeleid (rijksinspecties op afstand) mag daarom gesteld worden dat de provincie verantwoordelijk is voor het toezicht op de gemeentelijke depots, en dat het rijk tweedelijns toezicht (op de aanwijzing door de provincie) kan uitvoeren. Daarnaast blijft de Erfgoedinspectie toezicht houden op de transito-depots die houders van een opgravingsvergunning moeten hebben.