Nieuwsbericht | 12-01-2011
Meer dan de helft van de gemeenten (58%) geeft aan dat hun toezichthouders deskundig zijn op het gebied van restauratietechnieken. Bijna een kwart van de gemeenten (23%) zegt niet over deze kennis te beschikken. Zorgelijk is dat kennis op het gebied van ruimtelijke ordening, nodig om wijzigingen in een beschermd gezicht te beoordelen, lang niet volop aanwezig is.
De gemeenten hebben aangegeven wat de aanwezige deskundigheid op is op de volgende gebieden: architectuurhistorie (bij 41% van de gemeenten), bouwhistorie (53%), cultuurhistorie (34%), restauratietechniek (58%) en ruimtelijke ontwikkelingen(49%)
Wanneer een monumenten- of omgevingsvergunning is verstrekt, dan moet de vergunninghouder zich aan de uitvoeringsvoorschriften houden. Dit gebeurt niet altijd en daarom is het noodzakelijk dat de gemeente als vergunnigverlener let op de naleving. Dat geldt ook voor werkzaamheden die worden uitgevoerd zonder een vergunning terwijl dit wel vereist is. Inhoudelijke deskundigheid van de toezichthouder is hiervoor een vereiste. Als toezichthouders niet deskundig genoeg zijn om te beoordelen of de werkzaamheden aan een monument of wijzigingen in een beschermd gezicht op de juiste manier zijn verricht, geeft dit een risico van ongewenst verlies van cultuurhistorische waarden.
Bovenstaande cijfers, gecombineerd met het beeld dat de Erfgoedinspectie heeft uit de inspecties bij individuele gemeenten, geven aanleiding om het risico van ondeskundig toezicht dit jaar verder te onderzoeken.
Lees meer over deze en andere monitorgegevens in het Monitorboek 2009-2010.